Not sure what to say about the sudden death of Aaron Schwarz, idealist, freedom-fighter-extraordinaire and friend of open access to information for all of humanity. Aaron spend his life fighting for humanity's highest ideals, contributing to technologies most of us use every day (even if we don't know it). It just feels like something is very, very wrong is the so-called 'free world' is killing its best and brightest for living up to its highest ideals. We've got big problems and cannot afford to lose people like Aaron.
Cory Doctorow has written a eulogy here, Prof Lawrence Lessig had an overview of the case the US Department of Justice (ha!) saw fit to launch against Aaron. Glen Greenwald wrote about his heroic work in helping to defeat SOPA over the last years. A digital memorial to Aaron will be here for as long as there is an Internet. The files that started the case can be found here. Spread them around as wisely as possible.
But mostly just watch Aaron's speeches and interviews, as many times as needed before you understand his ideas and ideals fully.
Gartner, IT-journalisten en zelfs vele oud medewerkers van Microsoft zijn het er over eens: Windows 8 wordt een ramp. De Metro interface gericht op tablets (een markt die nog vrijwel niet bestaat in relatie tot MS-Windows) is onwerkbaar voor de desktop met verticaal non-touch scherm, toetsenbord en muis. De meeste kantoorwerkplekken zijn daar echter nog op gebaseerd en de meeste legacy applicaties hebben interfaces die uitgaan van een Windows pc met toetsenbord en muis als invoer methode. Het is de doorlopende aanschaf van desktop pc's met de combinatie MS-Windows en MS-Office die Microsoft al ruim 15 jaar financieel draaiend houdt.
De combinatie legacy applicaties (meestal zeer bedrijfsspecifiek) en gewenning aan MS-Office maakt de voortdurende aanschaf van het Windowsplatform voor veel IT-organisaties vanzelfsprekend, ondanks de hoge kosten van licenties en beheer. Allerlei ellende zoals nieuwe interfaces, gebrek aan compatibiliteit en het plotseling stopzetten van de support op kritieke componenten worden als een onontkoombaar noodlot gedragen. IT-beleid wordt om deze problemen heen georganiseerd in plaats van gericht op het duurzaam oplossen ervan. En het oplossen of onder controle houden van deze problemen vraagt zo veel tijd en geld dat er vaak weinig overblijft om wat verder vooruit te kijken. Zo is bij vele organisaties de perfecte vicieuze cirkel ontstaan die al zo lang doorlopen wordt dat veel IT-ers deze niet eens meer kunnen zien.
Afgelopen vrijdag mocht ik met andere 'experts' vragen beantwoorden van de in Parlementaire werkgroep ICT-projecten bij de overheid. Dit is een groep Kamerleden die een Parlementair onderzoek naar de vele ICT fails van de overheid aan het voorbereiden is. Na de zomer (en de verkiezingen) moet het onderzoek van start gaan met een set scherpe onderzoeksvragen. Aan de genodigde experts om voorstellen te doen voor die vragen. Het was opvallend hoe eensgezind de aanwezige IT-ers waren, ook al hadden we allemaal heel verschillende achtergronden (video).
Net als andere columnisten en opinieschrijvers heb ik ook op deze plek de overheid ook wel eens afgebrand over het rijke palet aan verspilling van veiligheid, privacy en algemene middelen. Het gaat, zeker bij de Rijksoverheid, dan ook al snel om gegevens van miljoenen Nederlanders en miljarden Euro's.
Voor columnisten is het dus eigenlijk altijd prijsschieten met zo'n overheid. Daarom is het ook wel mooi om op dit soort gelegenheden een meer constructieve bijdrage te kunnen leveren. Hoewel het eigenlijk jammer is dat dergelijke bijeenkomsten niet veel vaker worden georganiseerd en niet veel beter worden bezocht door de ambtenaren en leveranciers die verantwoordelijk zijn voor al die projecten. Voor de 6 miljard die op jaarbasis door het putje gaat (en dat zijn alleen nog maar de out-of-pocket kosten - de maatschappelijke impact is mogelijk vele malen groter) is het wellicht handig om wat vaker te overleggen. Niet dat ik het idee heb dat het clubje van vorige week kant-en-klare oplossingen heeft voor alle problemen die er zijn. Wel denk ik dat er een redelijke mate van eensgezindheid was over de grondoorzaken van problemen:
Op 1 juni 2012 kwam de Parlementaire werkgroep ICT-projecten bij de overheid bijeen met een groep experts uit academia en bedrijfsleven. Hieronder mijn geschreven bijdrage. Eerst ruwe Opname van de videostream... Hier de bijdragen van Brenno de Winter, Rene Veldwijk, Pascal Hetzscholdt, Chris Verhoef, Ronald Prins en Walter van Holst.
Inleiding – ICT en de Nederlandse Rijksoverheid
Universaliteit is een aanname in de astrofysica die zegt dat fenomenen zich overal zo gedragen zoals we ze vanaf de aarde kunnen waarnemen. Ik ga er van uit dat de fenomenen die ik waarneem bij ICT-projecten ook spelen bij ICT-projecten waar ik minder informatie over heb (dat dit zo is heeft vooral te maken met de gebrekkige uitvoering van de Wet Openbaarheid van Bestuur, zie opmerkingen Dhr. de Winter).
De wijze waarop ICT-projecten worden aangestuurd is gebaseerd op een nogal naïef model van de werkelijkheid “slimme ondernemers strijden op een open veld met elkaar om de gunsten van de overheid die met verstand en visie inkoopt”. Dit model heeft als nadeel dat we er de uitkomsten van projecten niet goed mee kunnen voorspellen. Vandaar ook deze werkgroep.
Het model "corrupt moeras met verkeerde incentives, bevolkt door zakkenvullers en incompetente clowns" voorspelt de gang van zaken rond projecten veel beter en geeft ook prima aan waarom het steeds mis gaat.
Eben Moglen explains the biggest and most important fight for civil liberties in the next decade. Nothing the Free Software Foundation has not been saying for over 20 years but now more important than ever. Freedom requires freedom of thought and this requires freedom of media and communications. These cannot be guaranteed if private interests, controlling or controlled by governments can interfere with the functioning of the information networks and devices. Freedom requires free technology (where free means free as-in-freedom) where the people using the technology control what is does for them and how it does it. I talked about this in 2010 and many times before and after on this blog.

Decennia lang zijn in de hele westerse wereld huizen gebouwd met asbest. Asbest was een betaalbaar materiaal dat sterk, slijtvast, isolerend was en bovendien uitstekende brandwerende eigenschappen had. Door al dit fijns en de lage prijs was het ideaal spul om overal voor te gebruiken. En dat deden we dan ook.
Zolang dat asbest netjes op z'n plek blijft is er niet zo veel aan de hand. Dan doet het z'n werk en is er dus geen reden om over asbest na te denken. De problemen ontstaan wanneer er iets moet veranderen, een verbouwing bijvoorbeeld. Als bij het neerhalen van een muur de asbest vrijkomt als microscopische vezels vormt het een enorm gevaar voor de gezondheid van iedereen die de pech heeft dichtbij te zijn. Inmiddels is het verwerken van asbest zeer streng gereguleerd. Ondanks die regulering vallen er door alle asbest die decennia lang in allerlei zaken zijn verwerkt nog steeds twee keer zo veel doden als in het verkeer.
Omdat de lange termijn consequenties van het gebruik van asbest zo groot zijn is het gebruik er van verboden. Dit ondanks het feit dat de oorspronkelijke redenen voor het gebruik nog steeds bestaan. Asbest is nog steeds goedkoop, sterk, slijtvast, isolerend en brandwerend. Maar toch gebruiken we het niet meer omdat we de maatschappelijke prijs te hoog vinden. Strategische en maatschappelijke redenen zijn dus belangrijker dan praktische en technische voordelen. Dat betekent niet dat alles dat ooit met asbest is gebouwd nog deze week wordt afgebroken. Wel dat we het probleem niet meer groter laten worden door asbest te blijven gebruiken. Langzaam maar zeker wordt deze erfenis afgebouwd onder streng gecontroleerde omstandigheden.
Als er gesproken wordt over IT die overheden gebruiken voor hun dagelijks functioneren lijkt het maken van onderscheid tussen strategische en operationele argumenten nog vrijwel onmogelijk. Bezwaren over de fundamentele ongeschiktheid van gesloten of in het buitenland geplaatste (en daarmee niet te controleren) systemen worden eenvoudig weggewuifd met de stelling dat 'het toch wel handig is' en 'men er nu eenmaal aan gewend is' of zelfs 'dat verdachtmakingen hierover politiek niet bespreekbaar zijn'. Allemaal citaten die in de jaren '80 ook van toepassing waren op asbest en de leveranciers ervan.

Doublethink is een begrip dat door George Orwell geïntroduceerd is in zijn beroemde roman '1984'. Het is een mentaal mechanisme dat mensen in staat stelt oprecht en tegelijkertijd twee volkomen tegengestelde ideeën te geloven zonder die tegenstelling als problematisch te ervaren.
In de ruim tien jaar dat ik me in Nederland heb beziggehouden met opensource en open standaarden in de publieke sector ben ik heel wat geoefende doublethinkers tegen gekomen. Zo is mij gedurende al die jaren door 'experts' en insiders geduldig uitgelegd dat de migraties naar opensource desktops die de community wilde onmogelijk waren omdat ambtenaren niet met andere platformen konden werken. Non-techies iets anders geven dan de Windows+Office desktop waarop ze getraind waren in het Nederlands onderwijs zou tot rampen leiden. Het Kon Echt Niet.
De stelligheid waarmee dit (tot op de dag van vandaag) op allerlei plekken als tegeltjeswijsheid gezegd wordt heeft mij altijd verbaasd. Eerder was Nederland namelijk van WP5.2 op DOS naar Word6 op Windows gemigreerd en toen is de Aarde toch ook echt gewoon blijven draaien, gingen kinderen naar school en kwam er water uit de kraan.
De diverse migraties, de meeste buiten Nederland, laten inmiddels ook zien dat gewone eindgebruikers prima hun werk kunnen doen met alternatieve platformen, mits ze daar even wat uitleg en ondersteuning bij krijgen (iets dat men trouwens ook volkomen normaal vindt bij de migratie naar nieuwe releases van de gebruikelijke proprietary systemen).
Dezelfde mensen die jaren lang met grote stelligheid beweerden dat 'Het Echt Niet Kon' zijn inmiddels druk bezig om heel trots iPads uit te rollen naar allerlei managers en directeuren die daar om allerlei redenen om vragen, of ze zelf meenemen. Kennelijk is de adoptie van een totaal ander platform, met een totaal andere interface, helemaal niet zo problematisch als al die jaren is gesteld. Huh?

Cybercrime en cyberoorlog zijn op dit moment de hippe termen om als overheid extra middelen en mogelijkheden te verwerven. Als men cybercrime kan combineren met de distributie van afbeeldingen van kindermisbruik (ook wel bekend als kinderporno) is het helemaal prijsschieten. Dan mag bijna alles. Wat daarbij vreemd blijft, is dat al die aandacht gaat naar het distribueren van afbeeldingen, terwijl het toch om die kinderen zou moeten gaan. Ik heb nooit helemaal begrepen hoe die kinderen worden beschermd door het filteren op die afbeeldingen.
Bart Schremer gaf gisteren in zijn opiniestuk een overzicht van de vragen waar opsporingsinstanties mee zitten. Enerzijds verwacht de samenleving (of liever het mediasysteem) van wetshandhavers dat alle misdaad onmiddellijk en perfect wordt opgelost, en dan liefst ook nog voor een bescheiden budget. Anderzijds willen de meeste Nederlanders nog steeds liever geen politie-staat naar Noord-Koreaans of Amerikaans model.
Maar wat in alle discussies over toelaatbare opsporingsmethoden, (cr)(h)ackende KLPD-ers en crime-fightende politici ontbreekt, is de vraag waarom cybercrime zo enorm gegroeid is. Het feit dat we veel meer en complexere IT gebruiken zal daar zeker aan hebben bijgedragen. Maar een belangrijke andere factor is de enorme digitale ongeletterdheid onder verreweg de meeste burgers en een extreme technische mono-cultuur op de desktop. Afgezien van wat slappe voorlichtingscampagnes doet de overheid er weinig aan burgers echte kennis en volwassenheid bij te brengen.

Maatschappelijke betrokken mensen zijn erg goed in morele verontwaardiging, vaak terecht, maar even zo vaak van een aandoenlijke naïviteit. Zo kijk ik al weken met enige verbazing naar Amerikaanse occupy-activisten die geschokt (geschokt zeg ik u!) zijn als een politieagent (of de rent-a-cop van een universiteit) ze zonder aanleiding slaat met wapenstok of met pepperspray bespuit.
Dat deze ambtenaren zo veel geweld gebruiken is op zich inderdaad niet netjes. Maar wie daar anno 2011 nog van schrikt roept toch de vraag op of men de afgelopen 10 jaar een beetje het nieuws heeft gevolgd. Je dacht toch niet dat je gestolen verkiezingen, illegale aanvalsoorlogen, kleuters beschieten met anti-tank wapens en het martelen van onschuldige burgers jarenlang kon laten gebeuren, zonder dat uiteindelijk de consequenties van zo'n overheid bij jezelf in de straat zouden belanden?
Net zoals de naïve verontwaardiging van sommige occupy-activisten over hun regering en haar gewapende arm heeft de boze verbazing waarmee in de IT-pers over ACTA en SOPA wordt geschreven iets kinderlijks. De copyrightindustrie is al decennia bezig om de lengte van het auteursrecht op te rekken tot het-eind-der-tijden-plus-een-dag-extra.
Het lijkt de laatste jaren wel alsof alles wat gecentraliseerd is faalt. Overheden die problemen moeten oplossen (of gewoon een IT-projectje goed afronden), centrale banken die moeten toezien op het gedrag van gewone banken, IT bedrijven die ons oplossingen moeten bieden die veilig zijn en onze privacy enigszins respecteren...
Decentrale dingen doen het wel goed: bittorrent, niet-westerse volksopstanden, opensource software, hacktivisme en wellicht wordt het zelf nog wat met Occupy. Ik ben blij dat Bits of Freedom en internationale tegenhangers als de EFF bestaan want zij zetten onderwerpen op de kaart bij bestuurders en andere 50-plussers die daar anders nooit over zouden nadenken. In Berlijn is de Piratenpartij zelfs met ruim 9% van de zetels het lokale bestuur binnengevlogen en staat in Duitsland landelijk ook op mooie winsten.
Maar helpt dat hameren op 'rechten' ook echt? Want ondanks alle petities, moties, acties en andere ties-en bewegen onze (digitale-)burgerrechten nog steeds de verkeerde kant uit. In Nederland is het nauwelijks nog mogelijk de middelbare school af te maken zonder Microsoft of Apple producten aan te schaffen. Ondanks een lange serie beloften en afspraken op dit gebied van onze overheid. Er zijn zoveel Pc's die door online criminelen worden bestuurd dat Microsoft speciaal voor Nederland een 'grote schoonmaak' op touw zet. Wordt het ook meteen weet eens duidelijk wie er ultimo de controle heeft over al die systemen. Ondertussen grijpt de overheid haar eigen Diginotar falen aan om de online wereld die ze niet begrijpt nog sterker te reguleren.
In 1996 kreeg ik mijn eerste MP3's. Opslagcapaciteit was duur, dus bewaren ging op gebrande cd-roms. Er konden 10-12 audio-cd's op een cd-rom. Conversie van een audio-cd naar een serie mp3's duurde uren en ging met een encoder vanaf de commandline. Afspelen kon alleen met een PC (of erg dure laptop) dus op de vraag 'wat heb je daaraan?' van familie en vrienden had ik geen goed antwoord. Behalve dat ik stilletjes inschatte dat harddisks groter zouden worden en laptops met geluid goedkoper en lichter. In 2000 had ik voor het eerst een PDA met audio. Op een geheugenkaart van 256Mb konden een paar albums. Ik ben vergeten wat dat allemaal gekost heeft. Waarschijnlijk maar beter ook.
Een jaar later kwam Apple uit met iTunes om het eenvoudig te maken digitale muziek verzamelingen te beheren. Niet veel later volgde de eerste iPod en dit soort apparaten in combinatie met grafische software maakte mp3's bruikbaar voor een breed publiek. Het gevolg is dat vrijwel alle muziek die bestaat nu eenvoudig ergens te downloaden is. Het is aan het individu of er voor betaald wordt, want downloaden is in veel landen niet illegaal en waar het dat wel is heeft dat nauwelijks effect op het gedrag van mensen. En met Kafkaëske wetgeving is dat m.i. volkomen terecht.
Wat is een document? Het begon ooit als een platgeslagen stuk klei waar met een stokje tekens in werden gekrast. 8.000 jaar later werden deze teruggevonden en na jarenlange studie van archeologen kwam men tot de conclusie dat er stond geschreven: 'Ik krijg nog 3 geiten van jou'.
Via papyrus en perkament-rollen kwamen we in Europa in de 15e eeuw bij papier en massaproductie via boekdrukpersen. Ons besef van wat een document eigenlijk is wordt nog steeds ingegeven door de vorige revolutie in informatievastlegging en -distributie. Toen Pc's gemeengoed werden als instrument om documenten te maken waren de applicaties dan ook sterk gericht op het snel en mooi produceren van papieren documenten. Het creatieproces was digitaal geworden, maar het beoogde eindresultaat was niet fundamenteel anders dan het eerste gedrukte boek uit de 1452.
De meeste tekstverwerkers die vandaag de dag in gebruik zijn, houden vast aan dit concept. Er zijn honderden functies voor paginanummering, voetnoten en lay-out om tot een leesbaar eindresultaat te komen - op papier. Ook veel IT-instrumenten rond het beheren en ontsluiten van documenten zijn nog gericht het concept van een documenten als een digitale stapel papier. Klaar om te printen voor 'echt' gebruik.
<Webwereld column><Saragasso.nl>
Door alle nieuwe ontdekkingen van Brenno heb ik even overwogen om weer een column te wijden aan de OV-chipkaart. Maar bij nader onderzoek kwam ik er achter dat ik (en Brenno... en vele anderen...) eigenlijk alles erover in 2008 al gezegd hebben. En verder zijn grapje over de Iraakse minister van informatie zoooo 2003. Iets anders dus.
Ruim negen jaar geleden raakte in gesprek met Kees Vendrik over de verziekte Nederlandse software markt. Niet alleen was het onmogelijk een A-merk laptop te kopen zonder Microsoft Windows licentie, het was ook onmogelijk om veel websites (gemeenten, ns.nl en vele anderen) te bezoeken met iets anders dan Internet Explorer. Op dat laatste gebied is er veel verbetering te zien en dus kan ik tegenwoordig met mijn OS en browser naar keuze prima online leven. Alleen moet ik af en toe nog even die Windows licentie slikken bij aanschaf van een nieuwe laptop. Op dat gebied is er helaas nauwelijks verbetering. Ook zaken als de maatschappelijke afhankelijkheid van producten als MS-Office is niet echt minder geworden ondanks alle mooie wensen van ons parlement en plannen die de overheid daarop schreef.

Een kamerlid strompelt hoestend binnen bij de dokter. Er loopt bloed uit oren en neus en het linkeroog. “Dokter, ik ben daarnet lelijk gevallen en ik geloof dat ik mijn pols gebroken heb” rochelt het kamerlid. De dokter kijkt naar de pols en voelt er even aan. “Doet dit pijn?”. “Gaat wel” steunt het kamerlid. “Ik geloof dat het wel meevalt” zegt de dokter, “Ik kan vandaag helaas geen röntgenfoto maken want het digitale röntgenapparaat doet het vandaag niet.” Het kamerlid zwaait een en weer. “Het is waarschijnlijk een kneuzing, de verpleegkundige zal u een verband geven. Doet u het een paar dagen rustig aan en mocht de pols dan nog steeds pijnlijk zijn kom dan even terug”. Het kamerlid wankelt de spreekkamer uit, nog steeds bloedend uit oren, neus en oog. De dokter is al weer bezig met het dossier van de volgende patiënt, want doktoren hebben het nu eenmaal druk.
Het hierboven beschreven proces lijkt wel een beetje op de werkwijze van de Algemene Rekenkamer in de beantwoording van vragen gesteld door Kamerleden. De Kamerleden als non-experts een vraag en de Rekenkamer beantwoordt deze zonder de context van de vraag te analyseren of zich af te vragen of de genoemde symptomen wellicht onderdeel zijn van een breder probleem. In het net verschenen rapport worden de vragen netjes beantwoordt, overigens op basis van de meest minimale data. En dat is jammer want het is juist de Rekenkamer die de mogelijkheid heeft zelf vast te stellen dat er wellicht een vraag achter de vraag zit. In plaats van een discussie te houden over 88 miljoen euro aan licentiegelden (minder dan 1% van de totale jaarlijkse licentiebestedingen) had de Rekenkamer ook de vraag kunnen stellen waarom dingen die in omringende landen wel kunnen niet in Nederland lukken. Is Nederland echt zo anders dan Finland, Duitsland, Frankrijk of Spanje?
Voor het relatiemagazine van SRA-accountants werd Gendo geïnterviewd over haar toekomst-visie. We spraken vooral over onze ideeën mb.t. de belangrijke veranderingen die de wereld de komende 10-20 jaar te wachtten staan. De financiële crisis en de consequenties voor supermacht USA, de mogelijke impact van opensource software op de branche, de gevolgen van real-time financiële transparantie voor ondernemingen en de nieuwe rol van accountants in die toekomstige wereld. Verderop in het magazine staat een artikel over de impact van 3D printers; een van onze geliefde 'disruptive technologies'. Klik op de afbeelding of hier voor een scan in leebare resolutie.
Decennia lang zijn in de hele westerse wereld huizen gebouwd met asbest. Asbest was een betaalbaar materiaal dat sterk, slijtvast, isolerend was en bovendien uitstekende brandwerende eigenschappen had. Door al dit fijns en de lage prijs was het ideaal spul om overal voor te gebruiken. En dat deden we dan ook.
Zolang dat asbest netjes op z'n plek blijft is er niet zo veel aan de hand. Dan doet het z'n werk en is er dus geen reden om over asbest na te denken. De problemen ontstaan wanneer er iets moet veranderen, een verbouwing bijvoorbeeld. Als bij het neerhalen van een muur de asbest vrijkomt als microscopische vezels vormt het een enorm gevaar voor de gezondheid van iedereen die de pech heeft dichtbij te zijn. Inmiddels is het verwerken van asbest zeer streng gereguleerd. Ondanks die regulering vallen er door alle asbest die decennia lang in allerlei zaken zijn verwerkt nog steeds twee keer zo veel doden als in het verkeer.
Omdat de lange-termijn consequenties van het gebruik van asbest zo groot zijn is het gebruik er van verboden. Dit ondanks het feit dat de oorspronkelijke redenen voor het gebruik nog steeds bestaan. Asbest is nog steeds goedkoop, sterk, slijtvast, isolerend en brandwerend. Maar toch gebruiken we het niet meer omdat we de maatschappelijke prijs te hoog vinden. Strategische en maatschappelijke redenen zijn dus belangrijker dan praktische en technische voordelen.
Inleiding
De Tweede kamer heeft de Algemene Rekenkamer gevraagd onderzoek te doen naar de problemen en kansen aangaande de adoptie van open standaarden en opensource software voor de informatievoorziening van de Rijksoverheid. Deze blogpost is mijn bijdrage.
De vragen worden, 8 jaar en ongeveer 5 miljard euro aan licentiegelden na de eerste motie van de kamer over dit onderwerp, gesteld aan het hoogste toezichtsorgaan van het land in plaats aan de voor dit dossier verantwoordelijke ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische zaken, Landbouw & Innovatie. Voor de buitenwacht wekt dit de indruk dat de kamer niet erg onder de indruk is van de behaalde resultaten van de afgelopen 8 jaar en van mening is dat de betreffende overheidsorganisaties wel wat externe druk van een neutrale en objectieve partij kunnen gebruiken.
Ieder van de vijf vragen heeft een serie onuitgesproken veronderstellingen in zich. Voor de beantwoording van de vragen is het relevant deze onderliggende veronderstellingen te identificeren en, waar nodig, ter discussie te stellen om tot een zinnige beantwoording te komen.
Frank Benneker van de Universiteit van Amsterdam vraagt in zijn recente column voor NoiV wat de consequenties zijn van het snelgroeiende gebruik van cloudcomputing. De verschuiving van computer applicaties van Pc's en interne servers naar een 'dienst' geleverd via een wereldwijd netwerk is waarschijnlijk even fundamenteel als de eerdere verschuiving van mainframe computing naar Pc's. Gezien de doelstellingen van het Actieplan Nederland Open in Verbinding lijkt cloudcomputing een makkelijke en snel in te voeren oplossing; zet alles op Google Docs en we zijn allemaal interoperabel hoor ik enthousiaste Ambtenaar 2.0 ambtenaren roepen. Maar net zoals Pc's 'bevrijding' brachten van de centrale macht van mainframe beheerders/leveranciers zitten er bij cloudcomputing wat adders onder het gras.
In december 2004 heeft de Nederlandse regering al vastgesteld dat men te afhankelijk was van dominante software leveranciers en dat deze afhankelijkheid een probleem was dat aangepakt ging worden. Het Actieplan is een eerste, heel voorzichtig, stapje in dat aanpakken.
Op 19 september is het weer Software Freedom Day. Vorig jaar was Gendo een van de hosts van de vele wereldwijde SFD-events. Van de organisatie van een van de events dit jaar kreeg ik een uitnodiging om deel te nemen aan een debatpanel. Door volle agenda kan ik er niet bij zijn maar bij deze mijn reactie op de stelling:
"Het falen van het Nederlandse open standaarden- en open source beleid is voor een groot deel te danken aan de vrije en open source wereld zelf."
Ben het op twee niveaus niet eens met de stelling:
Deze week staat in het Tijdschrift voor Heelkunde, het lijfblad van Nederlandse chirurgen, een artikel dat collega Younass en ik schreven naar aanleiding van onze keynote op de Chirurgendagen vorige maand. Het hele artikel in twee talen hier, de PDF van het tijdschrift hier. Achtergrond links en artikelen hier.
Op Webwereld (1, 2) mag ik een korte reactie geven op het bericht dat Canonical, de maken van Ubuntu Linux, haar klanten bescherming wil bieden tegen de patentclaims van Microsoft op Linux. Red Hat doet dit ook en noemt het een 'noodzakelijk kwaad'
Softwarepatenten gelden vooralsnog niet in Europa en dit dus vooral zo'n typisch Amerikaans probleem waar vooral advocaten heel rijk van worden. Maar zelfs als we dat buiten beschouwing laten, hoe hard zijn die claims? Eerder financierde Microsoft het stervende bedrijfje SCO om op basis van vermeend eigendom van cruciale Unix/Linux elementen IBM te bedreigen. De zaak sleepte zich jaren voort maar bereikte niets. Behalve een hoop verwarring bij mogelijke Linux gebruikers. En dat was dan ook waarschijnlijk de voornaamste bedoeling.
In een recente speech gaf Neelie Kroes aan dat slecht functionerende IT-markten en hoge leveranciers-afhankelijkheid verstrekkende gevolgen heeft voor het functioneren van publieke instellingen en bedrijven in Europe. Er is veel winst te halen, zowel maatschappelijk als economisch, door sterk in te zetten op open standaarden en opensource software. 'Dat is een verspilling van publieke gelden die overheden zich niet langer kunnen veroorloven.'
Een samenvatting van de speech van Kroes staat vandaag op Computable.nl met mijn commentaar.
A short summary of my talk for the 2010 CCC SigInt conference in Cologne, Germany.
Most European governments are busy migrating important components of their IT-systems to opensource alternatives. The Netherlands was the first western country to develop a comprehensive policy for its entire public sector in 2007 but is lagging its neighbors in working implementations. The comprehensive policy in the Netherlands is focused on the practical advantages of open systems such as interoperability and lower cost and no vendor-lock, these reasons are also shared by policies in the UK and Denmark.
German, Spanish and French policies seem to have a more political dimension by also stressing national independence of critical systems and the possibility of code-audits as important reasons for going the open route. By comparing Dutch progress (and sometimes lack thereof) with our neighboring countries some lessons can be learned about what policies work and what some of the required conditions are for them to work in different political and IT-legacy environments.
'Nederland is helaas een land van meningen in plaats van feiten' vertrouwde Prof. Wubbo Ockels mij ooit toe na een debatpanel over de toekomst van energie in Amsterdam. Wijze woorden met verstrekkende consequenties voor technologie-debatten.
Afgelopen week mocht ik, samen met o.m. Tim Kuijk (directeur BREIN) en Arda Gerkens (SP), deelnemen aan een debatpanel over de toekomst van het auteursrecht. Om de discussie een beetje uit de economische hoek te trekken gebruikte ik het actuele voorbeeld van de door Wikileaks beschikbaar gemaakte video. Mijn punt was dat auteursrecht soms van lager belang is dan brede beschikbaarheid van maatschappelijk relevante informatie. Deze video was niet alleen online maar ook in papieren kranten en op diverse Ned 1 TV uitzendingen uitgebreid besproken dus ik ging er van uit dat dat verdere toelichting bij het aanwezige publiek niet nodig zou zijn.
Dit opiniestuk voor Webwereld geeft de richting weer die m.i. voor het vervolg op NOiV ingezet moet worden. Ik ben van plan me hier de komende jaren actief voor in te gaan zetten.
In 2002 had Peru al een soort actieplan voor open standaarden en opensource. Dat ging veel verder dan het Nederlandse actieplan van 5 jaar later en was wellicht zijn tijd te ver vooruit. Waar het Nederlandse actieplan sterkt gericht is op praktische operationele doelen zoals interoperabiliteit, marktwerking en versterking van de lokale economie had het Peruaanse plan een duidelijke politieke missie die niet onder stoelen of banken werd gestoken.
Mij eerste column voor de portal van Nederland Open in Verbinding staat hier.
Als inspiratie voor mijn eerste blog voor de NOiV-site kijk ik even naar mijn voorgangers. Wat kan je zeggen in 350 woorden? Gelukkig krijg ik van de bijdrage van Paul Jansen gelijk een brainwave.
Paul beschrijft treffend de stijl waarin discussies over de adoptie van open source software binnen de overheid gevoerd worden. Omdat ambtenaren geen interesse hebben in eigenschappen als open source software, dienen ze te worden ‘verleid’ met andere argumenten. Zoals betere functionaliteit. Zelfs lagere kosten zijn voor ambtenaren, volgens Paul, niet relevant. Op zich wel logisch, aangezien ambtenaren zelf niet de kosten dragen voor hun software.
Naar aanleiding van mijn blogpost over de meest recente ontwikkeling rond Goud en de Rijkswerkplek ben ik een discussie begonnen op de community site van Ambtenaar 2.0. Dit werd een gedetailleerde uitwisseling waar ik zelf ook weer van leerde. De redactie van A2.0 heeft mij nu tot Lid van de week gemaakt en dus mag ik nog eens uitleggen wat Gendo is en waarom we doen wat we doen.
Soms wordt er wat verbaasd gereageerd op onze betrokkenheid bij maatschappelijke zaken waar we niet direct zakelijke iets mee te maken hebben. Naast ondernemers zijn wij echter ook burgers en mensen en iedereen binnen Gendo krijgt tijd en middelen om die rol in te vullen met de kennis en kundes die we hebben.
Zaterdag 19 september j.l. was Gendo host en sponsor van de Nederlandse versie van Software Freedom Day. Tijdens deze dag vond er ook een OpenStreetMap Gebruikersdag plaats. Software Freedom Day is een wereldwijde viering van vrije software, open-source software en aanverwante technieken. Het doel van deze dag is om het wereldwijde publiek bekender te maken met vrije software en open-source software van goede kwaliteit in het onderwijs, bij de overheid en in het bedrijfsleven. Teams van vrijwilligers organiseren jaarlijks wereldwijd in hun lokale omgeving activiteiten om het publiek bekender te maken met deze technieken.
In Nederland worden sinds 2004 jaarlijks evenementen in het kader van Software Freedom Day georganiseerd. Sprekers dit jaar waren o.a. Brenno de Winter (journalist van o.a. webwereld.nl en nu.nl), Jeroen van der Vliet (Digitaal Erfgoed Nederland) en onze eigen Arjen Kamphuis.
Zojuist een geweldige Tweetup (wat is dat?) afgerond met medewerkers en geintreseerden van Open.Amsterdam. Zoals hoort bij een goede Tweetup waren er onverwacht veel mensen die elkaar veelel nog niet kenden. De praatjes waren kort en de borrel lang.
We hebben zeer veel complimenten mogen ontvangen over alles van de praatjes tot de borrel. Hier alle Tweets. Wij vonden het een zeer geslaagde avond en willen dit vaker gaan doen. Voorstellen voor leuke Tweetups bij Gendo welkom. Volg de tweets van Open.Amsterdam hier. Tweets van Gendo medewerkers staan onder hun persoonlijke pagina's. Zie ons team. Slides hier: ODF, PDF. Langere versie van presentatie met video hier.
Had fun doing talk this afternoon at HAR2009. While I was taking a nap afterward someone wrote a very nice review on the HAR wiki.
I re-iterated many of the points I made at the CCC-conference in Berlin. My main points were also written down in english in a recent interview with the Indian Center for Internet & Society.
To spice things up a bit I added a new aspect about areas of public sector IT that should be under ultimate control by public sector organisations. I'm still refining these ideas but this is the gist of it: